Zwangerschap in de Arbeidstijdenwet

De Arbeidstijdenwet (Atw) wijdt een hele paragraaf aan de rechten van vrouwelijke werknemers. Namelijk paragraaf 3 van hoofdstuk 4.

Het eerste artikel (4.5) van de paragraaf geeft de zwangere werkneemster de volgende rechten:

Het recht op extra pauze(s) (art. 4.5 lid 2 Atw)
De zwangere werkneemster heeft, indien zij dat wenst, recht om per dienst tot een maximum van 1/8e deel van haar werktijd te benutten voor het houden van extra pauze(s). Deze pauze(s) gelden als werktijd, en dienen dus doorbetaald te worden. Aangezien het om extra pauze gaat dient de zwangere werkneemster zich uiteraard wel aan haar reguliere (meestal onbetaalde) pauze(s) te houden. De werkgever en werkneemster bepalen samen of de extra pauzetijd in één keer of verdeeld over meerdere momenten, en op welk(e) moment(en) genoten wordt.

Rekenvoorbeeld
Een werkneemster werkt normaal van 9.00 tot 17.00 met een verplicht half uur onbetaalde pauze. Haar werktijd bedraagt dus 8 – 0,5 = 7,5 uur per dag. Haar maximale recht op extra (doorbetaalde) pauze bedraagt dan 1/8e deel van 7,5 uur = 56,25 minuten. In totaal heeft de vrouw dus 86 minuten pauze per werkdag.

Het recht op een bestendig en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon (art. 4.5 lid 3 Atw)
De zwangere werkneemster heeft, indien zij dat wenst, recht op een regelmatig rooster. Indien zij wisseldiensten werkt kan zij dus haar werkgever verzoeken om bijvoorbeeld alleen dagdiensten te werken.

Het recht om geen nachtdiensten te werken (art. 4.5 lid 5 Atw)
De zwangere werkneemster heeft, indien zij dat wenst, het recht om geen nachtdiensten te werken. Tenzij dit niet redelijkerwijs van de werkgever gevraagd kan worden. Echter de enige voorstelling die ik mij kan maken van een situatie dat dit argument van de werkgever opgaat is wanneer je in een bedrijf werkt waar alléén ’s nachts gewerkt wordt.

Het recht om tijdens werktijd zwangerschapsonderzoeken te ondergaan (art. 4.5 lid 6 Atw)
Indien noodzakelijk heeft de zwangere werkneemster het recht om onder werktijd zwangerschapsonderzoeken (bijv. controles bij verloskundige of gynaecoloog of bloedprikken) te ondergaan. Aangezien het werktijd betreft dient deze tijd doorbetaald te worden. Uiteraard wordt vanuit het oogpunt van goed werknemerschap (art. 7:611 BW) verwacht dat de werkneemster dergelijke onderzoeken zoveel mogelijk buiten werktijd laat plaatsvinden.

Maximale duur van de werktijd (art. 4.5 lid 4 Atw)
Indien zij dat wenst, kan de zwangere werkneemster haar werkgever verzoeken om:
a. Niet langer dan 10 uur per dienst te werken;
b. Gemiddeld niet meer dan 50 uur per week te werken over een periode van 4 weken; en/of
c. Gemiddeld niet meer dan 45 uur per week te werken over een periode van 16 weken.

Rechten & plichten
De genoemde rechten zijn rechten van de werkneemster en geen plichten, de werkgever kan de werkneemster dus niet verplichten om bijvoorbeeld geen nachtdiensten meer te werken. Het feit dat het om rechten gaat betekent wel dat de werkneemster zélf de werkgever hier om moet verzoeken, maar dat de werkgever wél verplicht is hier binnen redelijke termijn mee in te stemmen. Indien de werkgever, naar aanleiding van het verzoek, hier om vraagt is de zwangere werkneemster verplicht een zwangerschapsverklaring van een arts of verloskundige te overleggen. (Art. 4.5 lid 1 Atw)

Dwingend recht
De bepalingen uit art. 4.5 zijn dwingend recht. In geen enkel beding (dus niet in andere wettelijke bepalingen, CAO’s of de individuele arbeidsovereenkomst) mag ten nadele van de zwangere werkneemster afgeweken worden (art. 4.5 lid 7 Atw). Élke zwangere werkneemster heeft dus minimaal recht op de in dit artikel vastgelegde rechten. Wel mogen er, bijvoorbeeld in een CAO, aanvullende rechten toegekend worden.
Zo wordt in sommige CAO’s bepaald dat in aanvulling op het recht op een regelmatig rooster het recht op doorbetaling van de (gemiddelde) onregelmatigheidstoeslag bestaat.

Van overeenkomstige toepassing tot en met 6 maanden na de bevalling (art. 4.7 Atw)
Het derde artikel van paragraaf 4.3 van de Arbeidstijdenwet (art. 4.7 Atw) verklaart de bepalingen van art. 4.5 Atw van overeenkomstige toepassing op de werkneemster gedurende de eerste 6 maanden na haar bevalling. Dus tot en met 6 maanden heeft zij dezelfde rechten uit art. 4.5 als tijdens haar zwangerschap. Dit uiteraard met uitzondering van het recht om zwangerschapsonderzoeken te ondergaan tijdens werktijd.

Geen arbeid tussen 28 dagen vóór de uitgerekende datum en 42 dagen ná de bevalling (art. 4.6 Atw)
Het is de werkneemster niet toegestaan te werken binnen 28 dagen vóór haar uitgerekende datum, in de eventuele tijd tussen de uitgerekende datum en de daadwerkelijke bevalling, en binnen 42 dagen na de daadwerkelijke bevalling. Deze periode komt overeen met de minimale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, wat in andere wetgeving is geregeld. De werkgever heeft de verplichting hiervoor te zorgen.

Het vierde, en laatste, artikel van deze paragraaf (art. 4.8 Atw) bevat de regeling omtrent het voedingsrecht voor borstvoedende moeders. Deze zal in een aparte blog besproken worden.

Juridische hulp nodig?

Advertenties

Een gedachte over “Zwangerschap in de Arbeidstijdenwet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s